Solo

2018

Aukje Koks

“Uitgesneden delen van schilderijen verschijnen buiten het canvas of worden aan het schilderij gelijmd als externe elementen van dezelfde soort. Ze worden verspreid als notities, als extra onderzoek naar het vermogen om een bepaald idee of gedachte te begrijpen voordat het vervliegt. Het is belangrijk voor mij om de grenzen van het beeld op te zoeken. Op deze manier treedt het idee de werkelijkheid buiten de kaders binnen.”

Laura Stamps, Gemeentemuseum Den Haag

 

Gedachten van glas.

Aukje Koks in de SOLO (zomerresidentie) in Machelen-aan-de-Leie

Het is snikheet wanneer ik op de eerste zondag van juli de voormalige Mariakapel in het Oost-Vlaamse Machelen-aan-de-Leie betreed. Daar, in de luwte van het kruis, ging kunstenaar Aukje Koks de voorbije dertig dagen picturaal in gesprek met een schijnbaar van zijn functie ontnomen ruimte. De kapel werd namelijk in 1926 gebouwd als onderdeel van een klooster van de Zusters van het Heilig Hart van Maria. In 2000 kreeg het een nieuwe invulling als sportzaal voor de joelende kinderen van de aanpalende lagere school die sinds enkele jaren hun verwoede pogingen tot baseball in een meer gepaste infrastructuur volbrengen. Na stilte en kabaal is het aan de kunstenaar.

Dat een residentieperiode waarin isolement, reflectie en experiment centraal staan niet te reduceren valt tot een in ruimte en tijd afgebakende presentatie spreekt voor zich, maar Aukje’s solotentoonstelling wekt zoveel beelden en gedachten op dat ik me aan deze bescheiden interpretatie waag.

Zonder effectieve markaties heeft Aukje de kapel in twee zones verdeeld; de met Fleur de lis betegelde vloer en de opstaande muren die geregeld onderbroken worden door gebrandschilderde ramen. Haar presentatie infiltreert in het conventionele grondplan – bestaande uit enkele traveeën en een halfronde koorsluiting, maar gooit evenzeer de mathematische ordening overboord.
De langgerekte grondsculptuur verbindt via een kromme lijn de inkom (west) met het koor (oost). Aukje mag dan een schilder pur sang zijn, dit is zonder twijfel een sculpturale ingreep. Blanke balken vormen de basis van een optocht aan objecten. Dichtgevouwde stoelen en tafels, lege flessen en glazen en af en toe een met vloeistof gevulde latex handschoen. Wat van glas is, heeft ze in onvermengde felle kleuren in de verf gezet.
Ik probeer me er tegen te verzetten, maar de link met het oeuvre van wijlen Machelaar Roger Raveel, wiens nalatenschap in het nabijgelegen Raveelmuseum wordt ontsloten, is gelegd. Tafel met wijnglas (1950) , Tafel met geel potje (1951), Tafel met rode vlek (1952) of Tafel met plant en stoel (1949), het zijn slechts enkele voorbeelden waarin Raveel alledaagse voorwerpen in hun eenvoud en met een groot je m’en foutisme voor perspectief heeft geschilderd. Een decennium later ontsnappen ook bij Raveel de objecten aan hun tweedimensionaal bestaan en wordt het onderzoek naar het ABC van de schilderkunst verder uitgebreid. Het is echter niet de eerste keer dat Aukje’s werk gekoppeld wordt aan dat van de Machelse grootmeester. In 2011 combineerde curator Luk Lambrecht in CC Strombeek de één met de ander. Een interessante bijkomstigheid is dat beiden naast hun picturale queeste een tweede passie delen; de poëzie. ‘Ik ben geïnspireerd door de constructie van taal. Het werk rijmt met elkaar en rijmt met mijn gedachten’, schreef Aukje toen in de zaaltekst nadat ze Zelfbeschouwing (2002) van Raveel van een wondermooie talige antipode had voorzien.

Terug naar de grondsculptuur, waar fysieke objecten via verfstreken het schilderkunstige vlak worden ingezogen, maar evenzeer omgekeerd stukjes schilderij uit hun vertrouwde context van op kader gespannen doek werden geknipt en daar, op de grond, het steekspel tussen de twee media kracht bijzetten. De drie geschilderde gele zeepbellen en een rode appel – geen onbeladen symbool in deze context – stuwen onze kijkrichting naar omhoog waar de wanden van de kapel tot de nok zijn gevuld. Naast een drietal grote rechthoekige doeken die onopgespannen werden bevestigd, lijkt Aukje het gros van haar werk te hebben verknipt tot kleinere fragmenten die ze nonchalant met tape over de kapel heeft verspreid. De grote doeken verbeelden opnieuw een optocht, hier echter niet opgebouwd uit zielloze objecten, maar uit hooggeplaatste mannen. Al is die laatste observatie mogelijk een interpretatie aangezien Aukje er buiten handen, voeten en occasioneel een verloren gelopen neus, geen lichamen, laat staan gezichten heeft geschilderd. We kijken naar de parafernalia van machtige individuen uit een – zo blijkt – koloniaal verleden. De indrukken die Aukje tijdens een residentie in Ghana, een voormalige Britse kolonie, opdeed, hebben verregaande gevolgen voor haar denken en handelen. De manier waarop ze deze ‘onbekende soldaten’ van hun sokkel haalt en complexe geschiedenissen van kritiek voorziet, is wederom idiosyncratisch en sculpturaal van aard. Aukje schildert en knipt weg, of zoals Michelangelo het stelde; per forza di levare. De personages uit haar optocht dragen dan wel broek, manchetten en epauletten, maar datgene wat niet aan de oppervlakte zit en hun vorm en identiteit zou verlenen, is al schilderend verwijderd. Ruwe grijze en huidskleur vlekken fungeren als stille getuigen van wat een banket aan zelfgenoegzame mannen moet zijn geweest.
Contradictorisch genoeg slaagt Aukje erin dat niet deze rechthoekige optochten – ondanks hun monumentaliteit – de aandacht trekken, maar wel de subtiel uitgesneden opborrelende transparante vormen. Sommigen zijn herkenbaar als twee wijnglazen op elkaar balancerend, als Euro teken, spermacel of cilinder. De meesten echter lijken persoonlijke hersenspinsels op bric-à-brac illusionistische wijze in helle, zachte kleuren geschilderd en speels zwevend door de kapel. Het is waarschijnlijk de grootste collage die ik ooit heb gezien.
Nadat de eerste indrukken zijn verteerd, besef ik dat Aukje emblemen van geld en macht, aardse zaken, zielloos, maar geënt combineert met ontheemde mystieke transparante vormen die aan alle zwaartekracht lijken te ontsnappen. Ik denk aan De geldteller en zijn vrouw (1514) van de Vlaamse Primitief Quinten Massijs en sta opeens oog in oog met een liggende Golden Retriever, het enige levende wezen dat Aukje picturaal tot leven heeft gebracht en ik besef dat er nog zoveel in haar werk te ontdekken valt.

Louise Osieka, 16 augustus 2018

www.aukjekoks.com